Oorlog speelde zich lange tijd ver weg of in het verleden af. Dat gevoel is de afgelopen jaren veranderd. Conflicten – Gaza, Oekraïne, Iran en Soedan – verschijnen dagelijks in tijdlijnen, pushmeldingen en gesprekken. Oorlog is daarmee niet langer alleen iets uit geschiedenisboeken, maar een onderwerp dat voor veel mensen steeds dichterbij voelt. Ook voor jongeren. In dit artikel onderzoeken we hoe jongeren oorlog en oorlogsdreiging ervaren, welke rol media daarin spelen en wat dit doet met hun maatschappelijke betrokkenheid en mentale gezondheid.
Jongeren en oorlog – niet meer op afstand
“Dit is geen generatie die achteloos naar het nieuws kijkt. Kinderen zien de beelden uit Gaza, Oekraïne en andere oorlogen, en vragen zich af: kan dit hier ook gebeuren?” – UNICEF-directeur Suzanne Laszlo tegen Hart van Nederland
Voor oudere generaties in Nederland was (de dreiging van) oorlog soms heel direct voelbaar. Denk aan de mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog opgroeiden met schaarste, angst en een onderbroken dagelijks leven. Of jong zijn tijdens de Koude Oorlog, met de constante dreiging van een kernoorlog op de achtergrond. Decennialang groeiden jongeren in Nederland op in relatieve vrede. Maar de laatste jaren voelt oorlog voor veel jongeren juist dichterbij dan voorheen.
Uit onderzoek blijkt dan ook dat jongeren zich in toenemende mate zorgen maken over wereldwijde ontwikkelingen. Zo laat het RIVM in een kwartaalonderzoek zien dat maatschappelijke gebeurtenissen, zoals pandemieën en internationale spanningen, sterk invloed hebben op hoe jongeren zich voelen en hoe ze naar de wereld kijken. In 2025 zei rond de 60% van de jongeren (12-25 jaar) zich zorgen te maken over de gevolgen van oorlog. Uit een andere peiling van UNICEF uit oktober ‘25 blijkt dat 69% van de Nederlandse jongeren tussen de 10 en 17 jaar zich zorgen maakt over oorlog in Nederland (dit was nog voordat er een conflict uitbrak tussen de Verenigde Staten en Iran). Bij meiden en jonge kinderen is dat percentage nog hoger. Veel jongeren geven aan dat beelden en berichten in de media hierbij een belangrijke rol spelen. Ze ervaren oorlog niet als een onderwerp op afstand. De voortdurende stroom aan nieuws over conflicten, dreiging en internationale spanningen maakt dat oorlog(sdreiging) dichterbij komt en dat veel jongeren de wereld als onzeker en instabiel ervaren.
Hoe informeren jongeren zich?
Hoe volgen jongeren de politieke conflicten dan? Vooral via sociale media. Platforms zoals Instagram, TikTok en YouTube spelen een grote rol in hoe jongeren oorlog waarnemen en proberen te begrijpen. Jongeren vertrouwen er steeds meer op dat dat het nieuws ‘hen wel vindt’, het news-finds-me-principe. Zo geeft ongeveer 80% van de jongeren aan sociale media te gebruiken om op de hoogte te blijven van nieuws en wereldgebeurtenissen (volgens onderzoek Commissariaat voor de Media). Instagram, TikTok en YouTube zijn voor jongeren de meest gebruikte platforms voor nieuwsconsumptie (respectievelijk rond de 65%, 40% en 38%).
Jongeren zijn dus vaak wel (enigszins) op de hoogte. Maar traditionele nieuwsbronnen (kranten en tv-programma’s) die werken volgens een journalistieke code met principes als broncontrole, factchecking en hoor en wederhoor, raadplegen ze veel minder. Terwijl jongeren wel degelijk interesse hebben in nieuws over de wereld, blijkt ook uit de Monitor Jongeren en Nieuws (2024). Dus jongeren hechten dan wel waarde aan context en meerdere invalshoeken, maar zijn tegelijk minder bereid om voor die nieuwsgaring te betalen.
Nu kun je via social media snel en breed geïnformeerd raken, en perspectieven samen laten komen in je tijdlijn: van een NOS Stories-bericht, naar een TikTok van een influencer en een video op Instagram van een ooggetuige uit Gaza. Sociale media en ooggetuigenissen zijn een belangrijke informatiebron in situaties waarin journalisten geen toegang hebben tot conflictgebieden. Beelden van gebombardeerde straten, livestreams van bewoners of berichten van soldaten kunnen zo direct de wereld over circuleren. Maar de filter van redactionele selectie of verificatie ontbreekt: beelden laten wel zien wat er gebeurt, maar niet altijd waar, wanneer of onder welke omstandigheden. Daarbij is het met alle content die momenteel wordt gemaakt met AI ook nog maar de vraag of beelden “echt” zijn. Het algemene vertrouwen van jongeren (12-17 jaar) in nieuwsmedia komt uit op een 6,4. Twee op de tien jongeren geven het vertrouwen in nieuwsmedia een 5 of lager. Het vertrouwen in nieuws op social media ligt lager dan hun vertrouwen in landelijke en regionale nieuwsmerken.
Nu kun je bewust bepaalde accounts volgen om andere perspectieven op de wereld: van Cestmocro tot Left Laser. En veel jongeren doen dat. Maar het gros zal zich vooral laten leiden door de algoritmes die, gebaseerd op eerder kijk- en klikgedrag, vaker content laten zien die aansluit bij hun interesses of standpunten.
“Voor mij wordt het steeds duidelijker dat erkende nieuwsorganisaties altijd vanuit een bepaalde hoek naar conflicten kijken. Ook kan ik social media steeds minder vertrouwen vanwege nepnieuws en beelden die door AI gemaakt kunnen zijn. Hierdoor weet ik niet meer wat ik wel of niet kan geloven.” – Jongere, 23 jaar
Activisme, solidariteit en betrokkenheid
De zichtbaarheid van oorlogen in het nieuws zorgt er bij Nederlandse jongeren voor dat zij zich regelmatig betrokken voelen bij internationale conflicten. Vooral grote oorlogen waarbij veel burgerslachtoffers vallen, leiden tot gesprekken en emoties. Maar komen jongeren vervolgens ook tot actie?
Protesten en betrokkenheid
Een deel van de Nederlandse jongeren laat betrokkenheid zien door mee te doen aan demonstraties, herdenkingen of steunacties voor slachtoffers van oorlog. Vaak gaat het om tijdelijke betrokkenheid die samenhangt met media-aandacht en emotionele betrokkenheid bij specifieke gebeurtenissen.
Het aantal demonstraties neemt de laatste jaren toe, net als het percentage jongeren en jongvolwassenen dat deelneemt aan politieke acties. Volgens het CBS nam tussen 2020 en 2023 (dus met een vertekening door de coronapandemie) 44% van de 18- tot 25-jarigen deel aan verschillende vormen van politieke acties: van handtekeningenacties tot demonstraties.
Veel van deze acties vinden online plaats. Volgens Europees onderzoek van Eurostat neemt 31,3% van de Nederlandse jongeren deel aan online maatschappelijke of politieke activiteiten, zoals het delen van berichten, reageren op maatschappelijke onderwerpen of deelnemen aan online campagnes.
Veel jongeren kiezen daarnaast voor praktische solidariteit. Denk aan inzamelacties, donaties aan hulporganisaties of het steunen van campagnes voor vluchtelingen en oorlogsslachtoffers. Uit cijfers van het CBS blijkt dat ongeveer de helft van de jongeren (51,1%) zich in het afgelopen jaar (in bredere zin) heeft ingezet als vrijwilliger, bijvoorbeeld bij maatschappelijke of humanitaire acties.
Impact op studieloopbaanvragen
De zichtbaarheid van oorlogen en internationale spanningen kan ook doorwerken in loopbaankeuzes die jongeren nu maken. Of dit doorwerkt in meer aanmeldingen voor opleidingen als politicologie of rechten kunnen we niet zo snel onderbouwen, maar zeker is dat een loopbaan bij Defensie zichtbaarder is geworden in de leefwereld van jongeren.
Hoewel de dienstplicht sinds 1997 is opgeschort, ontvangen alle jongeren in het jaar dat ze 17 jaar zijn een dienstplichtbrief. In 2025 startte Defensie aanvullend met het grootschalig versturen van een vragenlijst aan circa 2,3 miljoen jongeren tussen de 18 en 27 jaar om de interesse in een loopbaan bij Defensie te peilen en de instroom te vergroten (RTL Nieuws, 2025).
Meer jongeren meldden zich vervolgens ook aan voor een opleiding in deze richting. Het Ministerie van Defensie kreeg in 2025 ruim vierduizend sollicitaties binnen voor het Dienjaar bij Defensie. Ongeveer 1.097 deelnemers zijn daadwerkelijk ingestroomd in het programma.
En dan is er ook het “Amalia-effect”: de toename in interesse in Defensie en reservistenprogramma’s na de betrokkenheid van Amalia en andere leden van het Koninklijk Huis. Volgens de NOS steeg het aantal aanmeldingen voor het Defensity College dit schooljaar van 110 naar 206 studenten.
Waarom sommige jongeren wel en andere niet?
Niet alle jongeren reageren op oorlogen met actieve betrokkenheid. Een belangrijke factor is het gevoel van invloed: jongeren die inschatten dat hun handelen verschil kan maken, zullen eerder geneigd zijn om in actie te komen. Anderen ervaren juist machteloosheid, omdat oorlogen ver weg plaatsvinden en worden gekenmerkt door complexiteit en geopolitieke structuren waar ze moeilijk invloed op hebben.
Ook vertrouwen in instituties en politiek speelt een rol. Uit CBS-onderzoek blijkt dat in 2025 slechts 21% van de Nederlanders vertrouwen heeft in politici en 25% in de Tweede Kamer, het laagste niveau in jaren. Jongeren behoren weliswaar relatief vaak tot de groepen met een iets hoger vertrouwen, maar ook zij staan kritischer tegenover politieke instituties (CBS, 2026). Jongeren die opschuiven naar meer politiek-afstandelijke of anti-institutionele attitudes zullen traditionele politieke kanalen ook minder snel zien als effectief middel om invloed uit te oefenen.
Sowieso zien we momenteel dat gevoelens van onzekerheid en onveiligheid bij jongeren kunnen bijdragen aan een grotere behoefte aan duidelijkheid, controle en sterke leiders. Volgens diverse onderzoekers hierdoor meer aantrekkingskracht van naar conservatieve en/of autocratische ideeën (zie bv Kincaid et al., 2024). Dat uit zich bijvoorbeeld in groeiende steun voor strengere grenscontroles, meer nadruk op nationale veiligheid of steun voor leiders die beloven snel en daadkrachtig te handelen. We zien dat ook terug in het stemgedrag bij de afgelopen verkiezingen in Nederland, waar rechtse partijen bij jongeren veel stemmen wisten te trekken.
“Angst is effectief. Politici en media gebruiken het bewust — wat we klassieke retoriek noemen: een dilemma zwart-wit neerzetten, terwijl er veel meer tinten grijs mogelijk zijn.” – hoogleraar Jaap de Jong tegen Pointer
De mentale impact van wereldconflicten
“Ik begrijp heel goed dat jongeren bang kunnen worden, als ze worden geconfronteerd met dreiging. De media mogen meer focussen op positief nieuws, want er gebeuren ook goede dingen in de wereld. Maar deze onderwerpen krijgen weinig aandacht, omdat het beetje bij beetje verbetert.” – Psycholoog Bram Vervlier (angstexpert) voor Pointer
We noemden al dat onderzoeken laten zien dat Nederlandse jongeren zich steeds vaker zorgen maken over oorlog en wereldpolitiek. Hoe werkt dit door in hun mentale gezondheid?
Gevoelens van angst en onzekerheid – Sommige jongeren maken zich zorgen over de gevolgen van oorlog in Nederland, zoals economische instabiliteit, vluchtelingenstromen, tot stress over de mogelijkheid dat conflicten zich naar Nederland uitbreiden.
Machteloosheid – Het zien van oorlogsbeelden kan sterke emoties van machteloosheid oproepen. Jongeren voelen zich geraakt door nare beelden, maar hebben het gevoel er niets tegen te kunnen doen.
Nieuwsmoeheid en nieuwsmijding – Veel jongeren ervaren het aanhoudende nieuws over oorlogen en conflicten als belastend of intens (zie ook Windesheim, 2024). Sommige jongeren kiezen er daarom bewust voor om minder nieuws te volgen of bepaalde onderwerpen maar helemaal te vermijden.
“Als ik video’s zag van Oekraïne was ik bang dat dat ook hier kon gebeuren.” — Meisje, 12 jaar, in onderzoek dat Youngworks uitvoerde voor NICAM.
Het is duidelijk: oorlog is voor jongeren in Nederland niet langer een abstract of ver verwijderd onderwerp. Het thema is via sociale media, nieuws en maatschappelijke discussies voortdurend aanwezig in hun dagelijks leven. Deze constante zichtbaarheid beïnvloedt niet alleen hun emoties en mentale belasting, maar ook hun informatiegedrag, maatschappelijke betrokkenheid en toekomstperspectief. Waar sommige jongeren hierdoor actiever betrokken raken of meer interesse ontwikkelen in politiek, veiligheid en internationale betrekkingen, leidt dezelfde informatiestroom bij andere juist tot nieuwsmoeheid, afstand of selectieve nieuwsconsumptie.
Hoe kun je jongeren ondersteunen op dit onderwerp?
- Unicef pleit voor meer aandacht voor de impact van (de dreiging van) oorlog op de mentale gezondheid van jongeren. Veel jongeren geven aan dat het zou helpen om op school en thuis meer te praten over hun gevoelens en over beelden die zij gezien hebben. Dat gebeurt nu volgens hen te weinig.
- Het NJI deelt hier tips voor docenten over hoe je ingrijpende gebeurtenissen kunt bespreken in het klaslokaal.
@eobeam Ben jij ook bang voor oorlog? Link in bio voor de 3 andere tips👀 #eobeam #oorlog #angst ♬ origineel geluid – EOBEAM
Meer over jongeren?
Al sinds 1999 helpt Youngworks organisaties om jongeren beter te begrijpen en bereiken. Met een team van onderzoekers, adviseurs en trainers vertalen we inzichten over jongeren naar concrete strategieën en interventies. Of het nu gaat om studiekeuze, arbeidsmarkt, motivatie of gedragsverandering we helpen je begrijpen wat jongeren beweegt en hoe je daar effectief op inspeelt.
Onze kennis delen we via blogs, longreads en boeken voor iedereen die werkt aan de toekomst van jongeren.
Wil jij je met collega’s verdiepen in dit onderwerp? Neem dan zeker contact met ons op.