cases

Vmbo-leerlingen over nieuwe leerweg vmbo

Samen met het onderwijsveld ontwikkelt het Ministerie van OCW een nieuwe leerweg in het vmbo, die vanaf schooljaar 2024/25 vmbo-gl en vmbo-tl zal samenvoegen. Deze nieuwe leerweg krijgt een sterkere focus op loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) en praktijkgericht onderwijs. Zo wil het Ministerie van OCW vmbo-leerlingen beter voorbereiden op de keuze voor, en de overstap naar het havo en mbo. Maar: wat vinden leerlingen zelf van deze plannen?

Het voorlopige plan van het Ministerie van OCW is om alle leerlingen binnen de nieuwe leerweg een praktijkgericht programma te laten volgen, plus minimaal vijf theoretische vakken (als Nederlands, Engels, wiskunde). In het praktijkgerichte programma gaan jongeren praktische ervaring opdoen in en buiten de school. Dit doen ze onder andere door aan de slag te gaan met levensechte opdrachten voor het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in hun regio. Ze leren vanuit eigen interesses op zoek te gaan naar nieuwe oplossingen voor bestaande problemen. Jongeren die geïnteresseerd zijn in mobiliteit en ruimte kunnen misschien wel aan de slag met een opdracht voor een luchtvaartmaatschappij: bedenk een oplossing om de verspreiding van het coronavirus tussen piloot en de andere inzittende(n) in een Cessna 172 te voorkomen. In dit soort opdrachten leren jongeren brede praktische vaardigheden, en werken ze tegelijk ook aan LOB.

Vanaf schooljaar 2021/22 tot het eind van schooljaar 2023/24 starten honderd vmbo-scholen met de pilot praktijkgerichte programma’s. De huidige pilotgroep Technologie en Toepassing (T&T) (37 pilotscholen) wordt ook opgenomen in de pilots nieuwe leerweg.

Vraag
In schooljaar 2020/21 zijn de pilotscholen gestart met de ontwikkeling van praktijkgerichte programma’s. In deze ontwikkeling wil het Ministerie van OCW gebruikmaken van het jongerenperspectief op de plannen. De bijhorende vraag luidt: Welke leerbehoeften hebben jongeren op het vmbo-gtl en welke kansen zien jongeren voor de nieuwe leerweg?

Aanpak
We voerden een online kwalitatief onderzoek uit onder 42 jongeren van vmbo-gtl, havo (ingestroomd vanuit het vmbo) en mbo, uit het hele land. Ook spraken we jongeren die reeds ervaring hadden opgedaan met het praktijkgerichte programma T&T. We spraken ze in duo’s over wat ze graag (hadden) willen leren op het vmbo en verkenden hun ideeën voor de nieuwe leerweg. Vervolgens gingen we dieper in op hun behoeften en voorkeuren met betrekking tot de inhoud van de praktijkgerichte programma’s: typen opdrachtgevers, thema’s, werkplekken, etc.

Inzichten
Deze video geeft een impressie van de gesprekken die we voerden. Jongeren vertellen hoe ze het huidige vmbo-gtl ervaren en hoe ze kijken naar de nieuwe leerweg.

 

Algemene inzichten:

  1. Jongeren zijn positief over de toevoeging van praktijkgericht onderwijs aan het vmbo (gtl). Het sluit goed aan op een centrale behoefte om opgedane theoretische kennis te leren toepassen in de praktijk: “De lesstof op het vmbo is saai en puur uit het boekje.”
  2. Jongeren hebben behoefte aan meer aandacht voor praktische vaardigheden binnen vmbo-gtl, zoals zelfstandig werken, plannen, samenwerken en presenteren. Het opdoen van deze vaardigheden zien ze als nuttig voor een toekomstige opleiding en het werkleven, maar dit komt nu onvoldoende aan bod in het vmbo. Ze vinden de praktijkgerichte opdrachten een leuke en laagdrempelige manier om meer praktische vaardigheden te leren. “Op het havo moet je meer zelfstandig werken. Als je dan al hebt leren samenwerken in zo’n project en weet wat je zelf moet doen, dan komt het wel goed op het havo.”
  3. Veel jongeren vinden loopbaanoriëntatie een moeilijk proces. Ze proberen zichzelf te leren kennen door middel van studiekeuze- en beroepentesten, maar krijgen niet altijd een passende uitkomst. Veel vmbo’ers geven aan liever ervaring op te doen in de praktijk, om zo te ontdekken waar ze goed in zijn en wat bij hen kan passen. Volgens hen kan dit in de praktijkgerichte opdrachten, waarin ze verschillende problemen leren aanpakken voor verschillende opdrachtgevers. “Zo’n opdracht helpt bij het zelf reflecteren, om te bedenken wat je nou eigenlijk leuk vindt om te doen.”
  4. Jongeren willen niet in het diepe gegooid worden in praktijkgerichte opdrachten, omdat ze dit type onderwijs niet gewend zijn. Scholen moeten volgens hen zorgen voor structuur, een duidelijke opbouw in het programma en behapbare probleemstellingen: “Je moet niet verwachten dat één groepje vmbo’ers de opwarming van de aarde gaat oplossen.”

 

Meer weten?
Lees meer over de ontwikkeling van de nieuwe leerweg op de website van Sterk Beroepsonderwijs. Wil je het onderliggende onderzoek downloaden? Klik hier