Jongerenonderzoek onder de loep #16
In de rubriek ‘Jongerenonderzoek onder de loep’ licht Youngworks actuele onderzoeken over jongeren uit. Voortdurend verschijnen er namelijk interessante rapporten die ons meer leren over jongeren. We vatten de belangrijkste uitkomsten en inzichten voor je samen, en laten drie mensen reageren op de resultaten: iemand die betrokken was bij het onderzoek, een professional uit de praktijk én een jongere zelf. In deze editie zoomen we in op de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting (LMS), die begin september verscheen. We spraken met Midas Bosman van Kences, Juliette Geraedts-Gunning van Lieven de Key en student Masha, die zes (!) jaar lang een kamer zocht in Utrecht.
Het onderzoek in het kort
De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting (LMS) van Kences (kenniscentrum voor studentenhuisvesting) is al 15 jaar de standaard voor cijfers over de woonsituatie van mbo-, hbo- en wo-studenten in Nederland. Het onderzoek biedt inzicht in de omvang van het aantal studenten, de actuele huisvestingomstandigheden en de verwachte marktontwikkeling voor de komende 8 jaar. Het onderzoek is gedaan in de 19 grootste studentensteden, waarbij is gekeken naar betaalbaarheid, woonwensen en het woningtekort. Het rapport laat zien dat de druk op de studentenwoningmarkt aanhoudt, waarbij betaalbaarheidsproblemen en het afnemen van het particuliere huuraanbod een grote rol spelen.
Hoe is het onderzocht?
Het onderzoek combineert landelijke registratiedata van het CBS en DUO voor de exacte populatieomvang met grootschalige empirische data uit de enquête ‘Wonen als Student’. Om de specifieke woonvoorkeuren te analyseren is gebruikgemaakt van conjunct meten, waarbij studenten realistisch afwegingen maken tussen prijs, locatie en woningtype. Toekomstige vraagprognoses richting collegejaar 2033-2034 zijn berekend met het Apollo-rekenmodel van ABF Research, gebaseerd op de Referentieraming van OCW. In deze prognoses zijn twee toekomstscenario’s doorgerekend: een referentiescenario (waarin de vraagquote gelijk blijft) en een hoge-vraag scenario (waarin de vraag terugkeert naar het niveau van vóór het leenstelsel).
Wat zijn de belangrijkste resultaten?
1. Lange adem op de kamermarkt (van zoektijd naar marktmoedeloosheid)
Wie vandaag de dag een kamer zoekt, heeft een lange adem nodig. In de negentien grootste studiesteden is er op dit moment een direct tekort van maar liefst 20.200 studentenwoningen. Een student zoekt gemiddeld vijf maanden actief naar een kamer. Acht jaar geleden was dit nog 3,5 maand. Toen had één op de drie studenten binnen een maand een kamer, dat is nu gedaald naar slechts 22%. Bepaalde steden springen er met een extreem gespannen markt uit, zoals Amsterdam, Utrecht, Delft en Leiden. Opvallend is dat de gemeten verhuiswens onder Nederlandse studenten is gedaald van 57 naar 48 procent. Dat betekent niet dat ze liever bij hun ouders blijven wonen. De daling illustreert een vorm van marktmoedeloosheid: als het aanbod ontbreekt, schuiven studenten hun verhuiswens noodgedwongen voor zich uit.

2. De huisbaas verdwijnt
Door veranderde regelgeving en stijgende lasten verkopen veel particuliere eigenaren hun studentenpanden. En dat creëert een kantelpunt: het aandeel studenten dat bij een particuliere verhuurder woont, is in twee jaar tijd gedaald van 52 naar 45 procent. Ruim 32.300 studentenplekken in dit segment zijn verdwenen. Alleen al in het afgelopen jaar woonden er netto 9.200 studenten minder bij een particuliere huisbaas. Woningcorporaties doen hun best om dit gat te dichten en zagen hun marktaandeel stijgen van 31 naar 36 procent (+12.800 studenten). Toch is dat dweilen met de kraan open: de verwachte krimp van het flexibele aanbod met 11.900 kamers tot 2034 maakt dat de geplande nieuwbouw van 17.100 studentenwoningen aanbodneutraal uitvalt.

3. Studio’s in trek, maar studenten hebben geen budget
Wonen is een groot onderdeel van de uitgaven van studenten. Een uitwonende student heeft gemiddeld € 1.340 per maand te besteden en is maandelijks gemiddeld netto € 590 kwijt aan woonlasten. Daarmee gaat gemiddeld 40% van het budget op aan de huur en bijkomende kosten. De versoepeling van de huurtoeslag per januari 2026 geeft voor sommigen wat lucht.
Niet verwonderlijk dat voor studenten de maandelijkse woonlasten het zwaarst wegen bij hun keuze voor een woning (42% invloed). Hoewel meer dan de helft op dit moment in een kamer met gedeelde voorzieningen woont, heeft het merendeel een sterke voorkeur voor een eigen studio. Studenten tonen hierbij een hoge betalingsbereidheid: ze hebben er gemiddeld € 250 per maand extra voor over om van een onzelfstandige kamer naar een studio met eigen voorzieningen te verhuizen. Dit komt ook door de versoepeling van de huurtoeslag. Voor een kamer in een studentenhuis krijgen studenten meestal geen huurtoeslag. Voor een studio krijgt 64% van de studenten wel huurtoeslag. Hierdoor zijn de netto woonlasten van studio’s gedaald. Het prijsverschil tussen een kamer en een studio hierdoor nog maar € 30 per maand. De huurtoeslag maakt de gang naar een studio financieel aantrekkelijk, maar neemt niet weg dat de totale woonlasten zwaar blijven drukken op het besteedbaar budget van studenten.

4. Een daling van het kamertekort? Schijn bedriegt
Hoe ziet de studentenwoningmarkt er volgens de monitor over acht jaar uit? In het basisscenario (het referentiescenario) daalt het woningtekort van 20.200 naar 9.500 kamers in 2034. Die afname wordt vooral gedreven door een krimp van de studentenpopulatie (-8,2% hbo- en wo-studenten) en de afvlakking van het aantal internationale studenten. Maar schijn bedriegt: dit scenario gaat ervan uit dat de lage verhuiswens van nu gelijk blijft. In het andere scenario keert het vertrouwen op de markt terug en stijgt de verhuisdrang juist naar het niveau van vóór het leenstelsel (het hoge-vraag scenario), waardoor het tekort in 2034 juist omhoogschiet naar 36.500 woningen. De studentenhuisvestingsmarkt is kortom uiterst gevoelig voor beleidskeuzes en maatschappelijke ontwikkelingen.
Over acht jaar zijn de studenten van nu al een levensfase opgeschoven. We zijn benieuwd hoe de studenten van morgen hun huisvesting gaan ervaren.

Meer weten?
Lees hier het hele onderzoek, ‘Monitor Studentenhuisvesting 2026’.
Of bekijk het factsheet met de belangrijkste cijfers.

In gesprek met Midas Bosman, Beleidsadviseur bij Kences
Welke uitkomst heeft jullie het meest verrast?
Verrast is niet het goede woord. Het is eerder een opvallende trend. We zien dat steeds minder Nederlandse studenten een uitwonende wens hebben. Deze is in tien jaar met 10% gedaald. We hadden verwacht dat de vraag na het terugkeren van de basisbeurs zou toenemen, maar dat is niet terug te zien in de data. Wij vragen ons dan af wat daarachter zit en vermoeden dat het gebrek aan aanbod een grote rol speelt. Mogelijk heeft de nieuwe generatie studenten ook andere wensen? Hier wil Kences graag aanvullend onderzoek naar doen.
Jullie schetsen dat de groep studenten die eigenlijk uitwonend wil zijn groter is dan nu in beeld is. Kun je dit verder onderbouwen?
Aan de groep studenten die nu niet uitwonend is, is een extra vraag gesteld: Stel, er is wel een woning. Zou je dan een verhuiswens hebben? Een grote groep heeft aangegeven dat ze dan wel zouden willen verhuizen. Wat ook opvalt is dat in de steden waar extra woningen zijn bijgebouwd of waar meer woningen zijn vrijgekomen, de vraag niet is afgenomen en op sommige plekken zelfs wat is toegenomen. Terwijl er best veel bijgebouwd is door woningbouwcoöperaties. Maar we zien tegelijk dat het aanbod op de particuliere markt aan het krimpen is. Door de nieuwe regelgeving verkopen particuliere eigenaren enorm veel studentenwoningen. En daar valt niet tegen op te bouwen.
Door de huidige huurtoeslagregels is een eigen studio netto bijna net zo duur als een kamer met gedeelde keuken. Maakt dit het traditionele studentenhuis niet kapot, en wat wil Kences hieraan doen?
Het aantal studio’s is inderdaad enorm toegenomen door de huurtoeslag en het woningwaarderingsyteem. Terwijl wij denken dat het beter is om voor studenten op kamers te wonen in plaats van in een studio. Je hebt er sociale ontmoetingen en je leert samenwonen. Studenten die op kamers wonen, voelen zich minder eenzaam dan studenten op een studio.
Wat is jullie grootste zorg voor de toekomst?
Een grote zorg is dat het kamertekort niet afneemt. Er blijft een groep studenten die tegen hun wens in thuis wonen. Soms kiezen ze hierdoor zelfs een andere studie. Zo worden hun talenten niet goed benut. We zijn bang dat de energie die er is op het onderwerp verslapt.
Welke boodschap wil jij nog meegeven?
Kijk als onderwijsinstelling of het mogelijk is om campusgrond beschikbaar te stellen voor studentenhuisvesting. De onderwijsinstelling heeft hier zelf ook baat bij. Dit gebeurt al in steden als Enschede, Utrecht en Groningen. Een samenwerking met woningcorporaties, hogescholen en universiteiten is daarvoor belangrijk.

Juliette Geraedts-Gunning, teamleider Studentenhuisvesting bij woonstichting Lieven de Key
Hoe voorziet Lieven de Key in huisvesting voor studenten?
We verhuren en beheren zo’n 7.500 studentenwoningen in de regio Amsterdam, waarvan maximaal dertig procent gereserveerd is voor internationale studenten met contract van half jaar of jaar. Ons aanbod is heel divers: studio’s, kamers met gedeelde voorzieningen, en op veel verschillende plekken in de stad. Aan het begin van de studententijd kom je sneller aan de rand van de stad te wonen en maak je concessies door bijvoorbeeld in een kamer met gedeelde faciliteiten te wonen. Naarmate je een langere inschrijftijd hebt, kan je meer richting het centrum of naar een studio verhuizen.
Wat merken jullie van de woningnood?
Er is een continue vraag van studenten naar kamers. De vraag neemt eigenlijk nooit af. Dat zien we ook bij oplevering van nieuwe complexen. We hebben nog nooit problemen gehad om een complex te vullen. Zelf zijn we ook alert dat onze kamers nooit lang leegstaan. Als een kamer per 1 oktober wordt opgezegd, kan er een dag daarna alweer een nieuwe student in.
Wat heeft jullie verrast in de Kences-monitor?
Het contrast dat studenten enerzijds veel eenzaam zijn en dat ze anderzijds toch vaak een eigen kamer willen. Voor ons is het belangrijk dat studenten gelukkig zijn met waar ze wonen. Daar waar we studio’s verhuren, zoeken we altijd naar een middenweg door daar ook gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen te ontwikkelen. Van een tuin met picknicktafels, een gezamenlijke keuken of een washok met veel stopcontacten zodat je daar ook kan studeren. Zo stimuleren we zelfstandigheid en sociale ontmoetingen.Veel studenten doorlopen eigenlijk een soort woonloopbaan, waarbij ze eerst meer samen met anderen wonen en later meer op zichzelf. De markt is ook gewoon zo, dus daar moet je je ook een beetje naar schikken. Maar het is denk ik ook wel goed voor studenten om met huisgenoten te wonen en langzamerhand richting een studio te bewegen. Je leert veel van samen met anderen wonen.
Wat is je oproep aan de politiek?
Het zou helpen als particuliere eigenaren hun bezit weer voor een redelijke prijs kunnen verhuren aan studenten. Dat zou in de regio Amsterdam heel erg meewerken. En verder vind ik het goed te benoemen dat studenten ook wat toevoegen aan de buurt. Neem de omgeving rond Sloterdijk, waar nu veel studenten wonen. Die plek was eerst niet zo bruisend, maar is nu echt levendiger door de komst van studenten.

Masha (niet haar echte naam) heeft van haar 18e tot haar 24ste gezocht naar een kamer in Utrecht.
Hoe heb je naar een kamer gezocht?
Ik wilde graag een kamer in Utrecht en begon met zoeken via Kamernet, maar daar is het zo duur en heb ik vaak het gevoel dat daar veel oplichters zijn. Ik had bijvoorbeeld een bezichtiging in een kamer die zo klein was dat je de muren kon raken als je je handen spreidde en daar vroegen ze dan €700,- voor. Voor zo’n kamer krijg je ook geen huurtoeslag. Ik had me ook aangemeld bij SSH, maar daar heb je meer dan drie jaar inschrijftijd nodig.
Hoe ging het hospiteren voor een kamer?
Soms ging ik naar een hospiteeravond en dan kwam je erachter dat anderen elkaar al kenden. Dan voelt het alsof je voor niks bent gekomen. Dat soort dingen gebeurde best vaak. Bij grote flats zoals de IBB (grootste studentencomplex Utrecht) sta je soms met twintig kandidaten tegelijk in een kamer boven elkaar uit te schreeuwen, waardoor je per ongeluk gezellig staat te praten met een andere hospitant in plaats van met een bewoner. Je moet jezelf enorm verkopen op zo’n avond, terwijl je er al snel achter komt dat ze toch al een klik hadden met iemand uit hun eigen dorp.
Heb je veel moeten inleveren in je zoektocht naar een kamer?
Nee, ik had van tevoren bedacht wat ik wel en niet leuk zou vinden en daar ben ik wel bij gebleven eigenlijk. Ik had niet veel wensen, maar ik wou niet in een huis met veertien mensen wonen. Dat is niks voor mij. Net als een huis dat heel erg actief is samen en gefocust op drinken. Van in zo’n studentenhuis wonen word ik gewoon niet gelukkig. Nu heb ik een huis met drie anderen en we hebben een opgeruimd en rustig huis. Dat is heel fijn.
Hoe was het om lang naar een kamer te zoeken?
Ik vond het echt heel jammer dat het de hele tijd niet lukte om een kamer te vinden. Nu, in het laatste jaar van mijn studie, is het gelukt, maar het voelt wel zonde. Ik heb het gevoel alsof ik nu niet de complete studentenervaring heb gehad. Ik denk dat het juist goed is om met leuke huisgenoten te wonen en een huis te vinden waar je goed tussen past, zo heb je sociale cohesie met z’n allen.
Meer over ‘jongerenonderzoek onder de loep’
Youngworks is een onderzoek- en adviesbureau, gespecialiseerd in jongeren als doelgroep. Naast het zelf uitvoeren van jongerenonderzoek en adviestrajecten houden de jongerenexperts van Youngworks ook nauw in de gaten wat er zoal wordt gepubliceerd door bijvoorbeeld wetenschappers en instanties. Tweemaandelijks verschijnt daarom onze rubriek ‘Jongerenonderzoek onder de loep’, lees hier de reeds verschenen artikelen van ‘jongerenonderzoek onder de loep’.
Heb je tips voor een recent jongerenonderzoek dat wij onder de loep kunnen nemen? Altijd welkom! Mail dan naar: yvonne@youngworks.nl


