Impact meten bij jongeren? Zo haal je waardevolle output op.

Charlot van Deijk
28 april 2026

Jongeren betrekken bij impact- en effectmetingen klinkt simpel: je stelt vragen en verzamelt antwoorden. Maar in de praktijk werkt het zelden zo rechttoe, rechtaan. Jongeren geven sociaal wenselijke antwoorden, haken af of voelen simpelweg geen betrokkenheid.

Wil je écht begrijpen wat er speelt, dan moet je het anders aanpakken. Bij Youngworks zien we onderzoek niet als eenrichtingsverkeer, maar als een gesprek. Door interactie te stimuleren, speelse werkvormen in te zetten en aan te sluiten bij de belevingswereld van jongeren, ontstaat er iets anders: eerlijke inzichten, energie en verrassende output. In dit artikel laten we zien hoe we dat doen en waarom het werkt.

Waarom traditionele effectmetingen vaak tekortschieten

Effectmetingen kunnen zowel kwantitatief als kwalitatief van aard zijn en worden in de praktijk vaak gecombineerd. Ze vormen samen een waardevolle basis voor brede inzichten. Kwantitatief onderzoek kan algemene trends en patronen binnen een grotere populatie opleveren, waardoor je een breed overzicht krijgt van hoe jongeren denken over bepaalde onderwerpen. Deze cijfers laten vooral het ‘wat’ zien.

Kwalitatief onderzoek geeft daarentegen meer inzicht in het ‘waarom’ achter de data. Door het gebruik van gesloten vragen in kwantitatief onderzoek blijven nuances en context vaak onderbelicht. Ook vullen jongeren open vragen vaak maar summier in, met ‘leuk’, ‘saai’ of ‘prima’. Maar juist persoonlijke verhalen en emotionele ervaringen zijn cruciaal voor het volledig begrijpen van de complexiteit van jongerenervaringen.

Traditionele effectmetingen – zowel kwantitatief als kwalitatief – kunnen bij jongeren tekortschieten als ze niet goed aansluiten op hun belevingswereld en communicatiestijl. Enquêtes en vragenlijsten zijn bijvoorbeeld vaak tekstueel en formeel, waardoor creatieve en spontane uitingen van jongeren niet goed naar voren komen. Daarnaast leiden vragen die niet relevant zijn of emotioneel resoneren met de jongeren vaak tot oppervlakkige antwoorden en lage betrokkenheid. Ook traditionele kwalitatieve methoden, zoals een-op-een-interviews, kunnen tegenwerken: jongeren kunnen zich gespannen voelen in aanwezigheid van een volwassene, verliezen snel hun concentratie en begrijpen moeilijke taal of abstracte begrippen niet, waardoor spontane inzichten uitblijven.

Waarom werkvormen en stimulusmateriaal het verschil maken

Om tot een waardevolle opbrengst te komen, is het dan ook cruciaal om onderzoeksmethoden af te stemmen op de natuurlijke manier waarop jongeren denken, communiceren en zich uiten. Deze manier wordt gekenmerkt door specifieke communicatie- en interactiepatronen. Voor jongeren van nu geldt vooral: visueel, kort, interactief en sociaal ingebed. Voor onderzoek en communicatie betekent dit dat je jongeren het best bereikt met korte, visuele en interactieve vormen en in een toon die natuurlijk en niet te formeel is. Daarnaast sluit het goed aan om ruimte te geven voor dialoog, peer-invloed en zelfexpressie, omdat jongeren sterk zijn georiënteerd op hun sociale omgeving.

Hoe wij onze effectmeting voor MDT afstemmen op de doelgroep

Sinds 2022 brengen wij voor Young Impact de impact van de Maatschappelijke Diensttijd in kaart, via effectmetingen onder jongeren op school. Meer over dit onderzoek vind je hier. Om onze aanpak goed aan te laten sluiten bij de jongerendoelgroep, gaan wij naar de scholen toe om hen te spreken, bij voorkeur in duo’s van jongeren die elkaar al (goed) kennen. Dit creëert een vertrouwde setting waarin zij zich opener en vrijer voelen om hun mening te delen. Tegelijkertijd zorgt deze interactie en dynamiek voor onverwachte inzichten en discussies, wat de diepgang van antwoorden vergroot.

Jongeren vormen hun mening vaak tijdens het praten. Het duo-interview stimuleert hen om elkaar aan te vullen, verschillen te benoemen en geeft het gesprek een luchtige en soms humoristische wending. Pratend met anderen komen ze op ideeën: “Oh ja, dat had ik ook!” of “Bij mij was dat anders.”. Het interview krijgt daardoor het karakter van een gesprek tussen jongeren, waarin zij samen betekenis geven aan hun ervaringen.

Beeldtaal werkt: van woorden naar emoji’s en pictogrammen

Jongeren maken steeds vaker gebruik van visuele en informele communicatievormen, zoals emoji’s, stickers, afkortingen (afko’s) en plaatjes. Onderzoek laat zien dat jongeren emoji’s creatiever en frequenter gebruiken dan oudere generaties, en dat zij visuele middelen inzetten om emotie, toon en context over te brengen. Dit zien we ook terug tijdens onze interviews.

Binnen ons onderzoek voor Young Impact werkten we in eerste instantie met woordenkaartjes zoals ‘leuk’, ‘interessant’ en ‘saai’. Deze hebben we later ingeruild voor kaartjes met emoji’s, omdat we merkten dat die meer ruimte bieden voor eigen interpretatie. Eenzelfde emoji kan namelijk verschillende betekenissen hebben. Voor de een staat de emoji met bril voor nieuwsgierigheid naar wat nog komt, en voor de ander voor het gevoel echt iets te hebben geleerd. De slaap-emoji kan betekenen dat iemand het onderwerp saai vond, maar net zo goed dat diegene moe was door een vroege workshop, terwijl de inhoud wél interessant was.

Juist die gelaagdheid maakt emoji’s waardevol: ze nodigen uit tot gesprek, stimuleren jongeren om hun keuzes toe te lichten en leveren daardoor rijkere en meer genuanceerde inzichten op. Waar woorden soms beperken tot vaste categorieën, openen emoji’s het gesprek en geven ze ons als onderzoeker meer diepgang en context in de antwoorden.

Jongeren geven bij ons aan dat zij het liefst zo kort mogelijk willen luisteren en zo veel mogelijk willen doen. Om die interactie te stimuleren, stellen jongeren tijdens de MDT-interviews vragen aan elkaar, leggen ze kaartjes met leerdoelen op gekleurde vellen en schrijven ze tips en tops op papiertjes. Ook werken we met stellingen die ze met kaartjes bevestigen of ontkrachten en krijgen ze visuele keuzes voorgelegd. Deze aanpak roept andere reacties op dan traditionele tekstvragen en vergroot de betrokkenheid. Waarbij jongeren vooraf in de weerstand kunnen schieten omdat ze denken dat ze geen uur vol kunnen praten, is het gesprek achteraf vaak voorbijgevlogen.

Communicatie voor iedereen

Het gebruik van visuele elementen, zoals emoji’s en pictogrammen, maakt communicatie laagdrempeliger en inclusiever. Binnen ons MDT-onderzoek spreken we onder andere Entree-studenten over hun ervaringen met het project. Deze groep is divers in cultuur, achtergrond, leeftijd en leerniveau. Ook praten we met jongeren in het speciaal onderwijs, die vaak te maken hebben met taalverwerkingsproblemen, een lager didactisch niveau en/of concentratie-uitdagingen. Juist hier helpt visueel stimulusmateriaal om boodschappen beter over te brengen: het maakt context, emotie en intentie direct zichtbaar, zonder dat taal nodig is.

Hierdoor kunnen jongeren makkelijker reageren, zonder zich zorgen te maken over complexe formuleringen. Tegelijkertijd zorgt deze aanpak ervoor dat we ook jongeren bereiken die minder vaardig zijn in taal of voor wie Nederlands een tweede taal is.

Impact meten = jongeren serieus nemen

Impact meten draait niet alleen om het verzamelen van data, maar om het écht luisteren naar de doelgroep. Dat vraagt van onderzoekers dat zij niet alleen letten op wat jongeren zeggen, maar ook op de sfeer en dynamiek tijdens het gesprek. Door flexibel in te spelen op de behoeften en reacties van jongeren, kunnen onderzoekers een omgeving creëren waarin jongeren zich veilig voelen om zich te uiten.

Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat je vragen aanpast op basis van hun reactie of dat je verder ingaat op onderwerpen die hen interesseren. Aansluiting bij de belevingswereld van jongeren is daarbij essentieel, door taal, thema’s en werkvormen te gebruiken die hen aanspreken. Wanneer jongeren voelen dat hun ervaringen en meningen tellen en serieus genomen worden, zijn ze meer geneigd openhartig te zijn. Dán ontstaat er waardevolle output.

Bronnen:
Prensky, M. (2001). “Digital natives, digital immigrants.” On the Horizon)
Deci, (E. L., & Ryan, R. M. (2000). “The ‘what’ and ‘why’ of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior.” Psychological Inquiry.)
Odekerken, M., Out, M., & Stavenuiter, M. (2023). Werkzame elementen bij jongereninterventies, gericht op het voorkómen van (mogelijke) betalingsachterstanden: Voor en door jongeren. Verwey-Jonker Instituut. 
Van Heerwaarden, Y., & Winnubst, P. (2012). Het vertrouwen krijgen van jongeren: Handelingsperspectief voor het aangaan van de dialoog met jongeren. Nederlands Centrum Jeugdgezondheid.
Prada, M., Rodrigues, D. L., Garrido, M. V., Lopes, D., Cavalheiro, B., & Gaspar, R. (2018). Motives, frequency and attitudes toward emoji and emoticon use. Telematics and informatics, 35(7), 1925-1934.

Meer over jongeren?

Al sinds 1999 helpt Youngworks organisaties om jongeren beter te begrijpen en bereiken. Met een team van onderzoekers, adviseurs en trainers vertalen we inzichten over jongeren naar concrete strategieën en interventies. Of het nu gaat om studiekeuze, arbeidsmarkt, motivatie of gedragsverandering we helpen je begrijpen wat jongeren beweegt en hoe je daar effectief op inspeelt.

Onze kennis delen we via blogs, longreads en boeken voor iedereen die werkt aan de toekomst van jongeren.

Wil jij je met collega’s verdiepen in dit onderwerp? Neem dan zeker contact met ons op.