Jongerenonderzoek onder de loep #15
In de rubriek ‘Jongerenonderzoek onder de loep’ licht Youngworks actuele onderzoeken over jongeren uit. Voortdurend verschijnen er namelijk interessante rapporten die ons meer leren over jongeren. We vatten de belangrijkste uitkomsten en inzichten voor je samen, en laten drie mensen reageren op de resultaten: een onderzoeker, een professional uit de praktijk én een jongere zelf.
Recent onderzoek van het Meertens Instituut werpt nieuw licht op hoe jongeren straattaal gebruiken. We spraken hierover met taalwetenschapper Kristel Doreleijers van het Meertens Instituut, met taalkundige en taalliefhebber JP Pellemans en met Nina (17 jaar, gebruikt dagelijks straattaal).
Het onderzoek in het kort
Straattaal is al jaren niet meer weg te denken uit het taalgebruik van jongeren. In 1999 verscheen het eerste wetenschappelijke artikel over straattaal van taalwetenschapper René Appel. Wat eerst werd gezien als een tijdelijke hype, leeft op dit moment nog volop onder allerlei jongeren in Nederland. En niet alleen binnen de Randstad. Taalonderzoekers van het Meertens Instituut onderzochten in hoeverre jongeren straattaal herkennen en gebruiken, en welke woorden populair zijn.
Hoe is het onderzocht?
De onderzoekers ontwikkelden een vragenlijst over het straattaalgebruik van jongeren. Hierin namen ze ook de woorden uit het onderzoek in 1999 van Appel over. Om genoeg jongeren te bereiken, werkten ze samen met docenten Nederlands van middelbare scholen, verspreid door het hele land. Docenten deelden de vragenlijst met hun leerlingen in de klas, vaak in combinatie met een les over straattaal. Tussen december 2024 en februari 2025 vulden in totaal 573 leerlingen van 16 jaar en ouder de vragenlijst in, uit de bovenbouw van voornamelijk havo- en vwo-scholen. Hiervoor heeft het Meertens Instituut gekozen, omdat bij onderzoek onder jongere leerlingen toestemming van de ouders vereist is.
Wat zijn de belangrijkste resultaten?
-
Veel straattaalwoorden uit de jaren 90 zijn nog steeds breed bekend.
In de snelle wereld van content en trends zou je misschien verwachten dat ook straattaalwoorden vlug in en uit de woordenschat gaan. Niets is minder waar. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste woorden onderzocht door Appel in 1999 25 jaar later nog steeds worden herkend en gebruikt door jongeren. Al is de betekenis van sommige woorden inmiddels veranderd. ‘Scotten’ betekent tegenwoordig overslaan, terwijl de term 25 jaar geleden werd gebruikt als een woord voor vernederen. In sommige gevallen veranderde de betekenis gaandeweg, zoals bij ‘standaard’. En tot slot zijn er woorden als ‘gila’ voor gulden, die zijn ingehaald door de tijd.

Bron: Onze Taal
-
Straattaal reikt inmiddels verder dan de grote steden.
Waar straattaal vroeger vooral werd gebruikt in de grote steden zoals Rotterdam of Amsterdam, is het inmiddels verspreid over het hele land. Jongeren verder weg van de Randstad en in kleine dorpen, herkennen en gebruiken straattaal ook. Via o.a. sociale media worden nieuwe woorden opgepikt, gebruikt en zo gemakkelijk door het hele land verspreid.
-
Een meertalige achtergrond is gerelateerd aan het gebruik van straattaal.
De jongeren die deelnamen aan het onderzoek, spreken in totaal maar liefst 72 verschillende andere talen. Meertaligheid relateert aan het gebruik van straattaal: jongeren met een niet-westerse achtergrond en jongeren met een meertalige opvoeding gebruiken over het algemeen vaker straattaal dan zij die alleen met Nederlands zijn opgegroeid. Hierdoor mengt straattaal zich ook sneller in grotere steden, waar immers een grotere diversiteit in achtergronden te vinden is.
-
Jongens en meisjes herkennen straattaal allebei, maar gebruiken het verschillend.
Straattaal wordt vanouds meer geassocieerd met jongens dan met meisjes. Dit onderzoek bevestigt dat het gebruik een stuk hoger is onder jongens. Interessant is het verschil in motivering: voor jongens is het een manier om stoer over te komen. Meisjes bezigen straattaal minder, en als ze dit wel doen is het vaker ironisch, als grapje bedoeld.
Meer weten?
Lees hier het artikel ‘Hoe straattaal heel Nederland veroverde’ in Onze Taal
Wil je meer weten over het jongerenpanel van het Meertens Instituut? Klik hier.

Kristel Doreleijers, is taalonderzoeker bij het Meertens Instituut. Samen met haar collega Khalid Mourigh voert ze onderzoek uit naar het gebruik van straattaal onder jongeren.
Wat is je favoriete straattaal-woord?
Op dit moment yusu. Dat betekent echt, oprecht. Het komt uit het Surinaams (Sranantongo) en ik hoor het in het hele land terug. Khalids favoriete woord is izjen. Dat is Berbers voor het lidwoord ‘een’. Jongeren zeggen bijvoorbeeld ‘izjen broodje’, omdat het grappig of stoer klinkt.
Wat is het verschil tussen straattaal en jongerentaal?
Jongerentaal is een parapluterm voor allerlei varianten van het Nederlands die door jongeren worden gesproken. Dat gaat dus om straattaal, maar ook om studententaal (met allerlei afko’s), de TikTok-taal van Gen Z (denk aan slay, rizz, brat summer) en jongerendialect. Het zijn sociolecten, taalvarianten die gebonden zijn aan een bepaalde groep sprekers, in dit geval jongeren. Straattaal kwam ooit op onder jongeren in grote steden met diverse etnische en meertalige achtergronden – zoals Arabisch, Surinaams en Papiaments – maar inmiddels is het allang niet meer exclusief voor die groep.
Wat was de aanleiding voor dit onderzoek?
Khalid en ik bezoeken namens het Meertens Instituut allebei veel scholen en Khalid doet dan altijd een straattaalquizje. Hij merkte dat veel leerlingen straattaaltermen uit de jaren 90 nog kennen. Terwijl men, toen in 1999 het eerste onderzoek naar straattaal uitkwam, dacht: is dit wetenschappelijk gezien wel zo de moeite waard? Straattaal waait toch zo weer over. Niet dus. Daar wilden we dieper induiken.
Welk inzicht heeft jullie het meest verrast?
Ik vind het interessant dat jongens en meisjes straattaal verschillend gebruiken. Jongens zijn meer de trendsetters; zij worden meer geleid door straatprestige, het stoer willen overkomen. Meisjes lijken het vooral op een ironische manier, voor de grap, te gebruiken. En verder leren we uit de data dat jongeren in het hele land – van Friesland tot Zeeland – straattaal herkennen en gebruiken.
Waarom is straattaal zo belangrijk voor veel jongeren?
Straattaal is een omgangstaal die een groepsgevoel kan creëren. Als een soort geheimtaal met onderlinge codes. Andere functies zijn straatprestige krijgen, assertief of juist grappig overkomen en je afzetten tegen volwassenen.
Wat is het effect van jongerentaal op taalvaardigheid van jongeren?
Hier is niet veel onderzoek naar gedaan. Daarbij: hoe definieer je taalvaardigheid? Dat is breder dan alleen een goede beheersing van het Standaardnederlands. Lang werd gedacht dat straattaal negatief zou doorwerken op taalvaardigheid, maar dat is niet het geval. We zien eerder flexibiliteit; veel jongeren weten dat ze moeten schakelen tussen verschillende talen en registers. Het is echt code-switchen. Zo is er een beroemd onderzoek waarin een jongen zei: “Ja, ik zeg dan die huis. Ik weet best wel dat het dat huis is, maar op straat staat het zo dom als ik dat zeg.” Taalvaardigheid gaat er ook om dat je weet welke taal of welk register het beste past binnen de context.
Heb je tips hoe bijvoorbeeld docenten hiermee om moeten gaan?
Ik pleit voor een open blik op talige diversiteit. Leg uit dat je standaardtaal doceert, maar behandel ook de variatie in taal en bespreek in de klas eens waar die variatie vandaan komt. Het is belangrijk dat jongeren nog beter leren schakelen en ook historisch besef van onze standaardtaal krijgen: hoe is die ontstaan en waarom hebben we eigenlijk een standaardtaal? In het nieuwe curriculum Nederlands komt hier meer aandacht voor. Daarbij is het thema een goede ingang om leerlingen enthousiast te maken voor taal. Ik heb elke week wel een interviewverzoek van een leerling.
Hoe spelen sociale media (Instagram, Snapchat, TikTok) een rol in het verspreiden en gebruiken van straattaal?
Straattaal is ontstaan vóór het socialemediatijdperk, maar werkt natuurlijk door. Waar je elkaar vroeger fysiek moest ontmoeten, komt het nu langs in je tijdlijn. Er is een onlosmakelijke verwevenheid tussen online en offline taalgebruik. En artiesten, influencers en acteurs dragen hieraan bij. De Bankzitters hebben het in hun hit ‘Harder dan ik spenden kan’ bijvoorbeeld over ‘osso’ (huis).
Heb je ook gekeken naar nieuwe termen in jongerentaal?
Niet in dit onderzoek, maar in andere onderzoeken volgen we dit wel. In 2023 was skibidi even heel populair. Maar dan zeiden sommige jongeren op de middelbare school: “Ja, dit gebruik ik echt niet. Dat is iets voor jongere kinderen. Alleen mijn broertje of zusje doet dit nog.” Dus jongeren groeien zelf mee met die taaltrends en voelen heel goed aan wat wel en niet kan.
Kun je als volwassene ook straattaal gebruiken?
Ik zie eigenlijk twee soorten reacties. Sommige jongeren zeggen: stop daar snel mee, ik vind dat heel cringe. En anderen zeggen: Ik vind het eigenlijk wel sympathiek, vooral als opa’s en oma’s het doen.
Van volwassenen krijg ik deze vraag trouwens vaak als ik een lezing geef. De een wil daar echt niet aan beginnen; de ander vindt het juist leuk om zich ervoor open te stellen en kinderen of jongeren hiermee te prikkelen. Ik denk dat je echt moet kijken wat bij je past en niet te geforceerd moet willen overkomen. En het is natuurlijk een goed gespreksonderwerp om stil te staan bij de sociale werking van taal: hoe komt het dat jij het als jongere gewoon kan zeggen, terwijl het bij mij als volwassene helemaal niet goed klinkt?


Foto: Keke Keukelaar
JP Pellemans, taalliefhebber, taalexpert en jarenlang jurylid van Lingo
JP Pellemans deelt op zijn Instagram-kanaal twee keer per week een filmpje over taal.
Wat is je favoriete straattaalwoord?
Mattie. Dat vind ik zo’n leuk en lief woord; ik gebruik het altijd met een glimlach. Ik had ooit een leraar Nederlands die zei: “Hoe kun je taal geven aan het niet-taalhebbende?” Dat is mattie ook een beetje. Het woord is zelfs opgenomen in de Van Dale.
Je bent een taalliefhebber. Hoe kijk je naar straattaal?
Ik houd er heel erg van dat taal zich voortdurend ontwikkelt. Een van mijn allereerste studieboeken heette ‘Language changes, progress or decay?’
Zie je die verandering als achteruitgang of als een verrijking?
Mij fascineert de vernieuwing, en straattaal is daarin een soort laboratorium. Jongeren proberen nieuwe woorden uit, sommige overleven en andere niet. Mijn fascinatie voor straattaal is gewekt toen we in 2006 voor Lingo een aflevering over straattaal maakten. Dat was zo vrolijk en leuk! En voor de typische Lingo-kijker heel erg nieuw.
Welke functie heeft straattaal in jouw ogen voor de gebruiker?
Straattaal wordt gebruikt als begrenzing en als bevestiging van een gezamenlijke identiteit. Het creëert een territorium in taal. Dit betekent dat het ook bewust uitsluitend is: wie de taal niet begrijpt, hoort niet bij de groep. En dat maakt het voor docenten of anderen ook zo beladen om het te gebruiken.
Kun je als volwassene straattaal spreken?
Eigenlijk kan dat alleen met een flinke dosis ironie. Als volwassenen geforceerd proberen jong te klinken door woorden als ‘waggie’ of ‘patta’s’ te gebruiken, leidt het gauw tot ongemak of plaatsvervangende schaamte – cringe – bij jongeren. Het is cruciaal dat volwassenen hun plek en het moment kennen, dat ze respect tonen voor de begrenzing van de jeugd.
Wat vind jij interessante bevindingen in dit onderzoek van het Meertens Instituut?
Allereerst vind ik het bijzonder dat het onderwerp zo serieus wordt genomen. Eerst noemde René Appel het smurfentaal, wat nogal denigrerend was. De huidige term straattaal heeft voor mij nog wel een negatieve bijsmaak, door de associatie met het straatleven, criminaliteit, fatbikes. Dus ik ben voorstander van een nieuwe term. Het is zo ingeburgerd, belangrijk en positief.
En verder vind ik het interessant hoe jongerentaal de volwassentaal beïnvloedt. Sommige woorden raken totaal ingeburgerd: doekoe, waggie, mattie. Dan moeten jongeren op hun beurt weer op zoek naar nieuwe woorden, want dan is de lol eraf. Ik heb in mijn vorige boek geprobeerd om een woordenboek van generaties te maken. Neem het woord ‘gaaf’, dat is op een gegeven moment ‘tof’ geworden. En daarna? Dik, sick, vet, chill … Wat men vroeger een fuif noemde, is nu een assif (van fissa). Maar ik liep erin vast. Dan heb je zóveel data en tijd nodig.
Wat is volgens jou het effect van jongerentaal op taalvaardigheid van jongeren?
Als ik een sollicitatiebrief krijg met spelfouten, heb ik daar nog altijd moeite mee. Maar dat is een andere discussie. Nu halen ze het allemaal door ChatGPT.
Het is natuurlijk enorm creatief. Jongeren kunnen pijlsnel codeswitchen, van het ene register naar het andere gaan. Dat is natuurlijk fantastisch voor je taalontwikkeling! Neem dat Smibanees, waarbij jongeren woorden omdraaien. Ik kom uit IJmuiden. Daar spraken de vissers ook met omgekeerde woorden, want de Katwijkers en Urkers mochten niet weten waar je viste. Toen was ik al gefascineerd door taal.
**
Nina, 17 jaar, vmbo-t-leerlinge, woont in Amsterdam en spreekt dagelijks straattaal.
Wat is straattaal voor jou?
Voor mij is straattaal eigenlijk een manier om woorden wat korter te zeggen, een soort afkorting eigenlijk. Dan gaat het gesprek ook vloeiender. Ik merk dat vooral bij het appen. In plaats van te zeggen “Oh wat erg voor je”, zeg ik “Faya”. Ik gebruik het ook vaak wanneer ik boos ben. Het komt dan net wat krachtiger over.
Aan welke woorden denk jij als ik straattaal zeg?
Voor mij zijn het veel Surinaamse woorden. Laatst zei ik tegen iemand “Je bent kaolo vervelend”, zo gebruik je dat nu eenmaal. Blijkbaar wordt het in het Surinaams vaker als scheldwoord gebruikt. Verder gebruik ik veel faya, waka (kom/let’s go) en aii (is goed). Maar ook gerroe voor sigaretten of kiefen voor blowen. Dat verstaat m’n moeder dan niet, dus zij denkt dan ‘het zal wel, doe je ding’ en vraagt er niet per se naar.
Met wie praat jij in straattaal?
Vooral met vrienden. En op werk, waar veel jonge mensen werken. Mijn moeder begint er ook langzaamaan in te komen; dan gebruikt ze hele simpele woorden als ‘faya’.
Vermijd jij straattaal op bepaalde momenten?
Als ik met een volwassen persoon heel serieus een gesprek houd, zoals met de directrice of met mijn moeder, ga ik niet zeggen “M’n cijfers zijn wel faya”. Ik zit op het vmto-t en tegen docenten gebruik ik het soms zonder het echt door te hebben. En die begrijpen het ook allemaal. Maar als je op het vwo zit en docenten moet aanspreken met hun achternaam; dan snap ik dat je geen straattaal tegen hen zal praten.
Hoe reageren mensen als jij straattaal gebruikt?
Ik heb heel vaak gehad dat ik met een jongen appte en dan zei ik bijvoorbeeld “yusu” en dan kreeg ik als reactie “Hoezo praat je straaltaal? Dat is niet netjes voor een meisje.” Ze verwachten dat niet, terwijl het bij mij gewoon automatisch gaat.
Soms kom ik even buiten Amsterdam en dan zijn mensen wel verbaasd dat ik als meisje bepaalde woorden ken en gebruik. Hier in Amsterdam, met al die verschillende talen en culturen, wordt het meer gebruikt dan bijvoorbeeld in het Gooi.
Hoe kom jij nieuwe straattaalwoorden te weten?
Heel veel via via. Maar ook heel veel door mijn broer, hij hangt wel meer met mensen die straattaal gebruiken. Soms chill ik met iemand en vraag ik “Zeg even een paar woorden, even kijken of ik die ken of niet.” Ik ben daar gewoon open in. Ik vind het zelf ook leuk.
Ik denk dat het ook ligt aan de mensen met wie je omgaat. Als ik een verzonnen woord heel vaak zie en ga gebruiken als ik mijn vriendinnen zie, dan ga ik ervan uit dat zij het op een gegeven moment ook gaan gebruiken. Op werk gebruiken ze in de keuken bijvoorbeeld heel vaak bon. Ik dacht eerst wat is dat? Want voor ons is dat “laat het gaan”, maar in de keuken is het meer van “ja komt goed”. Dus daar wen ik aan.
Wat vind je ervan als docenten of jouw ouders straattaal gebruiken?
Ik denk dat ik dat dan grappig zou vinden. En niet dat ik ze niet serieus zou nemen, maar ik zou er een beetje aan moeten wennen. Het verschilt denk ik ook per woord. Ik zou ervan uitgaan dat het vaker als grapje wordt gezegd.
Wat is jouw favoriete straattaalwoord?
Ik hoor de laatste tijd vaker het woord oetoe, wat uitgaan betekent. Met mijn vrienden gebruik ik het ook om bijvoorbeeld te vragen hoe laat iemand uit is van school. Ik vind het leuk en grappig klinken, maar ik gebruik het niet zo vaak. Anders is het aii of zoiets. Dat klinkt gewoon lekker en gebruik je snel.