Studenteninstroom verder onder druk: wat kun je doen?

Yvonne van Sark
22 juni 2026

Het speelt al een paar jaar, maar we zien de impact verder toenemen: veel opleidingen en onderwijsinstellingen kampen met een dalende instroom van nieuwe studenten.

In dit artikel schetsen we de context van deze dalende studentenaantallen, lichten we relevante factoren toe en delen we tips hoe je als onderwijsinstelling in een veranderend landschap kunt komen tot een duurzame aanpak om de instroom te verbeteren.  

Instroomontwikkelingen verschillen per opleidingsniveau

Goed om mee te beginnen: op alle onderwijsniveaus daalt de instroom van nieuwe studenten. Het laat zich momenteel nog het minst voelen in het mbo, waar de instroom tussen 2020 en 2025 licht is gedaald, van 161.000 naar 157.000 studenten. OCW verwacht dat het totale aantal mbo-studenten tot 2027 zelfs even lichtjes stijgt, om daarna iets af te vlakken. De sterkste daling verwacht het ministerie de komende jaren bij de instroom in bbl-opleidingen (waarbij de student vier dagen voor een bedrijf of organisatie werkt en één dag per week naar school gaat): van 125.000 bbl’ers nu naar 95.000 in 2032. Het aantal bol-studenten blijft naar verwachting de komende jaren licht toenemen, van 342.000 naar 363.000.

De hogescholen zien al iets langer een daling in het aantal eerstejaars studenten dat start in het hbo. Na jaren van stijging nam de instroom in het hbo de afgelopen jaren af van bijna 125.000 nieuwe studenten in 2020 naar bijna 108.000 bij de start van studiejaar 25/26. OCW verwacht in een prognose dat deze daling zich de komende jaren verder doorzet: van in totaal 439.500 (nationale en internationale) hbo-studenten nu naar 415.000 studenten in 2032.

Dan de universiteiten. Bleef het aantal universitaire studenten lang op peil: inmiddels is krimp ook voor universiteiten geen scenario meer, maar realiteit. In studiejaar 25/26 daalde op universiteiten de instroom van Nederlandse bachelorstudenten met 3,3 procent en die van buitenlandse studenten met 3,6 procent. Daarmee zet de krimp van het aantal internationale studenten dat in Nederland een universitaire opleiding volgt die in 22/23 is ingezet, verder door. Voor de komende zeven jaar verwacht OCW een verdere daling van het totale aantal universitaire studenten van 10 procent: van 333.800 tot 305.900 in 2032.

Hier een overzicht van het aantal ingeschreven studenten in het mbo, hbo en wo (klik aan om in te zoomen):

Aantal studenten in het mbo, hbo en wo (bron: DUO)

De verschillen per sector zijn groot

Tot zover de globale cijfers. We zien grote verschillen per sector.

Keuze voor techniek stabiliseert enigszins

Technische opleidingen op het mbo, hbo en wo stellen vaak instroomeisen aan toekomstige studenten. Daarom is het goed nieuws dat het aantal leerlingen dat in het vo een technisch profiel kiest, de laatste jaren redelijk stabiel is gebleven. Op het vmbo en de havo is dit aantal gestabiliseerd, en in het vwo stijgt het percentage sinds 22/23 zelfs weer licht (cijfers PTVT – over bèta, techniek en ICT). Zo blijft de poule waar technische opleidingen uit vissen goed op peil en dit zien we dan ook terug in de instroomcijfers: bij de universitaire opleidingen tonen bijvoorbeeld alle sectoren een daling, maar zit techniek landelijk gezien in de lift.

Wisselend beeld interesse zorg- en onderwijsopleidingen

Je leest ook voortdurend over arbeidsmarkttekorten in sectoren als zorg en onderwijs. In het hbo zien we sinds 2024 dat het aantal eerstejaars dat kiest voor een opleiding binnen gedrag en maatschappij, gezondheidszorg en onderwijs licht stijgt. Dit studiejaar werd de stijging van het aantal startende pabo-studenten (+ 8 procent) en studenten verpleegkunde (+2 procent) dan ook met enthousiasme begroet (zie bijvoorbeeld hier). Daarentegen daalt de instroom in mbo-zorgopleidingen zorgwekkend (zie hier).

En dan zijn er natuurlijk nog veel meer arbeidsmarktsectoren waar men zit te springen om jong talent, door enerzijds uitstroom van gepensioneerden of door toenemende vraag.

De komende jaren is de absolute daling in instroom zo groot dat dit in sommige regio’s en sectoren zal leiden tot veranderingen in het onderwijsaanbod. De Onderwijsraad stelde vorig jaar in een advies dat vooral kleinere onderwijsinstellingen en opleidingen de daling van studentenaantallen moeilijk kunnen opvangen, zeker als ze in krimpregio’s gevestigd zijn. Daarbij pleit de Onderwijsraad ervoor om bij beslissingen over het onderwijsaanbod niet alleen te kijken naar de arbeidsmarkt, maar ook de belangen van de maatschappij en van studenten goed mee te wegen.

Wat zijn oorzaken van de dalende instroom?

Hoe kunnen we de daling van het aantal studenten verklaren? Het gaat om een mix van factoren.

  • Allereerst spelen demografische ontwikkelingen een rol. Neemt het aantal jongeren in de studiekeuzeleeftijd in Nederland af? Ja en nee, is het antwoord. Het percentage jongeren wisselt sterk per gemeente en per regio. In sommige regio’s daalt het aantal jongeren, terwijl het in enkele grootstedelijke regio’s juist sterk groeit. En de komende jaren blijven we dat wisselende beeld zien, volgens een prognose tot 2050 van het PBL. Een realistische prognose voor de eigen onderwijsinstelling is daarom belangrijk. De meeste studiekiezers kiezen immers in de directe regio.
  • Het aantal instromende internationale studenten daalt. Hierdoor hebben we in studiejaar 25/26 voor het eerst minder internationale studenten, zoals NOS Stories laatst belichtte.  Volgens Nuffic, de organisatie die cijfers over internationale studenten bijhoudt, gaat het dit studiejaar om min 133 studenten. Nog geen fikse daling, maar Nuffic duidt het wel als een trendbreuk. Vooral het aantal Duitse en Chinese studenten is gedaald. Waarschijnlijk komt dit door een combinatie van ontmoedigend beleid, afnemende werving en natuurlijk de druk op de woningmarkt. Hier hebben vooral universiteiten mee te maken (zie hier), in zowel de bachelor- als de masterinstroom. Maar ook hogescholen kampen hier mee. OCW verwacht dat het aantal internationale studenten op universiteiten en hogescholen de komende jaren (licht) blijft dalen.
  • Steeds meer jongeren starten na hun eindexamen niet direct met een vervolgopleiding, maar kiezen voor een tussenjaar. Complete cijfers hierover zijn minder goed te vinden dan de cijfers over studerenden. In een eerder artikel lieten we zien dat ongeveer één op de vijf vwo’ers en één op de zes havisten momenteel kiest voor een tussenjaar. De meesten gaan daarna alsnog studeren, maar hogescholen en universiteiten kunnen minder sturen op de uitstroomdata uit het vo en concurreren feitelijk ook met de tussenjaar-optie. Vmbo-leerlingen kiezen minder vaak voor een tussenjaar, omdat zij eerst een startkwalificatie moeten halen.
  • Verder speelt veranderende beeldvorming een belangrijke rol bij de keuze voor specifieke richtingen. Die werkt verschillende kanten op. Zo switchen steeds meer havisten en vwo’ers (inmiddels zo’n 10.000) naar een mbo-opleiding. Vooral in havo 4 maken veel jongeren de overstap. Het mbo wordt dus minder gezien als ‘tweede keuze’. Dit laat maar zien hoe een continue inspanning nodig is om de beeldvorming rondom specifieke studiekeuzes te beïnvloeden.

Hoe speel je hier als onderwijsinstelling op in?

Vijf grotere kansen:

Een daling in de instroom maakt het in de eerste plaats noodzakelijk om heldere keuzes te maken in het opleidingsaanbod en de communicatie en voorlichting daarover. Voorkom last-minute ingrepen zoals extra open dagen of late campagnes op een moment dat jongeren al gekozen hebben. Deze hebben vaak een beperkt effect. We zien vijf grotere kansen om proactief aan de instroom te werken:

  1. Begin met een scherp en relevant verhaal over je onderwijsaanbod. Hoe verbind je de profilering van jouw opleiding of opleidingsinstelling aan drijfveren van jouw doelgroep? Dat begint bij begrip van je doelgroep, hun beelden, twijfels en afwegingen. Betrek waar nodig ook het werkveld en geef ze een actievere rol in je profilering en communicatie.
  2. Zorg voor een goede doorvertaling van je profilering naar de voorlichting en communicatie. Dat gaat om sterke online en offline voorlichting per opleiding. Een goede open dag is cruciaal en daar is vaak nog veel te verbeteren. Tegelijkertijd zien we dat het goed kan werken als clusters van opleidingen samen optrekken om aantrekkelijke brede voorlichting te bieden voor de startende, oriënterende studiekiezer. Liefst in samenwerking met het vo.
  3. Verbeter je online aanwezigheid. Jongeren oriënteren zich steeds meer online. Volgens onderzoek van Qompas zet 45% van de studiekiezers AI in voor hun keuzeproces. Denk daarbij aan het zoeken op social media naar informatie. Het wordt dus steeds belangrijker om ook online een authentiek beeld neer te zetten dat aansluit bij wat jonge studiekiezers zoeken én jongeren vervolgens te verleiden om de drempel over te stappen naar kennismakingsactiviteiten op locatie.
  4. Investeer in de relatie met je toekomstig student voor de poort. Als jongeren ervaren dat jij als onderwijsinstelling oprecht betrokken bent bij hun keuze, zullen ze eerder voor jou kiezen. Dat raakt aan de hele contactstrategie: met verkennende kiezers tot jongeren die zich al bij een opleiding hebben aangemeld. Zorg voor persoonlijke en laagdrempelige communicatie en werk aan afstemming in dat hele proces.
  5. Werken aan behoud van je studenten biedt kansen om studentenaantallen op peil te houden. Het lijkt zo logisch: werken aan instroom zonder studenten goed te binden aan de opleidingen en opleidingsinstellingen is zonde. En toch gebeurt het veel. Juist ook na de poort is vaak nog veel te winnen. Een daling in de instroom kun je opvangen door jongeren te behouden. Dat hoeft niet altijd binnen hun opleiding, maar kan bijvoorbeeld ook door het switchen tussen opleidingen in het eerste jaar te vergemakkelijken en door sterke communities te creëren waar jongeren zich thuis voelen. 

Het is duidelijk: het aantrekken van nieuwe studenten wordt door al deze factoren steeds uitdagender. Dit vraagt om een gedegen instroomstrategie. Niet alleen tijdens pieken rondom open dagen en meeloopdagen, maar het hele jaar door. Niet alleen door de medewerkers marketingcommunicatie, maar gedragen door en in samenwerking met de onderwijsteams. Niet alleen over, maar ook mét huidige studenten.

Wat kunnen wij voor je doen?

Youngworks ondersteunt onderwijsinstellingen en opleidingen in het hele land bij het verbeteren van hun instroomstrategie. Op deze pagina lichten we onze belangrijkste producten voor onderwijsinstellingen toe. Zo kunnen we helpen bij de ontwikkeling van jullie opleidingsprofilering. We bieden trainingen over het optimaliseren van de voorlichtingen. We kunnen jullie open dag bezoeken om verbeterpunten in kaart te brengen met een open dag-scan. Of we brengen met onderzoek de onboarding van nieuwe studenten in kaart. Daarnaast is er altijd ruimte voor maatwerk, bijvoorbeeld door je hele voorlichtingsaanpak te optimaliseren, of door in te zoomen op het binden van studenten aan de opleidingsinstelling en verkennen van verschillende scenario’s hiervoor.

Wil je vrijblijvend met ons in gesprek over de mogelijkheden? Laat je gegevens hier achter en we nemen snel contact met je op!

Om je op weg te helpen richting het nieuwe wervingsjaar, hebben we het volgende voor je:

  • Strategische vragen voor het nieuwe wervingsjaar 
    Hoe bereik, overtuig en begeleid je studiekiezers in een onderwijsmarkt die voortdurend in beweging is? Youngworks stelde een overzicht samen met strategische vragen die richting geven. Gebruik ze als aanleiding voor reflectie en besluitvorming binnen je organisatie.
  • Alle artikelen van Studiekeuze In Real Life.
    Op onze overzichtspagina lees je alle edities van Studiekeuze in Real Life terug. Begin juli verschijnt het laatste artikel, waarin de studiekiezers via vriendenboekjes terugblikken op hun keuze. Abonneer je op onze nieuwsbrief om het meteen in je inbox te ontvangen.
  • Youngworks Onderwijs Jaarplan + Menu 
    Een jaarplanning met menukaart die in één oogopslag laat zien wanneer je welk onderdeel het beste inzet en welke diensten Youngworks aanbiedt.